Dierenkliniek Hulst
22 november 2017

De tamme rat


1. Inleiding

Ratten zijn erg nieuwsgierig en slim en daardoor eenvoudig tam te maken. Het zijn sociale dieren die zich snel richten op de mens. Voor het welzijn van het dier is het altijd aan te raden om twee ratten van hetzelfde geslacht te houden. Mannetjes zijn wat groter en rustiger dan vrouwtjes. Een probleem kan zijn dat ze eerder over de handen plassen wanneer ze worden vastgehouden, wat natuurlijk territoriumgedrag is. De rat is vooral 's nachts actiever, als het net donker is en enkele uren voordat het weer licht wordt. Als een rat overdag gevoerd wordt zal hij overdag meer activiteiten ontwikkelen.
TOP

2. Huisvesting

De rat heeft behoefte aan beweging, rust en een gevarieerde omgeving. Daarop moet de kooi, een knaagdierenkooi met tralies of een oud aquarium, worden aangepast. Dat betekent een minimale grootte voor twee ratten van 80x40x40 cm en tochtvrije plaatsing uit de zon. De bovenzijde moet afgesloten zijn, want ratten zijn ontsnappingskunstenaars. Op de bodem komen kranten of kattengrit met erop een dikke laag houtkrullen papierreepjes of fijn stro. Zaagsel wordt vanwege het stof, en de daarmee gepaard gaande luchtwegaandoeningen, afgeraden. Als een plankje op vijftien cm hoogte wordt aangebracht wordt eronder een nest gebouwd. Een nestkastje geeft het risico dat de rat zich er snel in terugtrekt en schuw blijft. Geef plastic tunnelpijpen, lege doosjes, laddertjes, hangmatten en klimtouwen als speelgoed, maar geen loopmolentje. Hierin loopt een rat in een onnatuurlijke houding en kunnen de poten of de staart beschadigen.
Het is belangrijk om jonge ratten (rittens) aan de mens te laten wennen. Dit kan door ze regelmatig op te pakken. Dit doet u door rat gewoon met twee handen, één boven en één onder zijn lijf, op te pakken.
TOP

3. Voeding

Ratten zijn echte alleseters en tekorten zullen dan ook niet snel optreden. Per dag eet een rat ongeveer 15 tot 20 gram droge brokjes. Nadeel van gemengde voeders is dat de rat alleen de lekkerste delen eet en de rest laat liggen. Geef dit dus alleen als alles opgegeten wordt. Een pelletvoeding voorkomt deze selectie. Ratten zijn ook gek op snacks (uit de dierenspeciaalzaak) fruit, kaas, groente, brood, rijst, vlees, vis gekookt ei en aardappelen. Verwen een rat altijd met mate om verzucht te voorkomen en laat hem eerst 'werken' voor zijn traktatie. Om te knagen kunnen noten in de schil of een kippenbotje worden gegeven. Water kan het beste in een fles met drinknippel worden verstrekt.
TOP

4. Ziekten en vaccinaties

  - RODE KLEURSTOF: Mensen weten niet dat ratten een rode kleurstof in hun oog- en neusvocht hebben. Dit porfyrrhine geeft aanleiding tot rood traan- en neusvocht. Op zich is dit dus niet abnormaal. Anders wordt het wanneer de rat plots veel meer tranen gaat verliezen.
  - Ratten kunnen veel last hebben van de damp die uit opdrogende urine komt en daar van gaan niezen. Dus hun hok of kooi moet heel goed geventileerd zijn en de urine moet zo goed moegelijk verwijderd worden.
  - Ouderdomsverschijnselen kan met herkennen aan het ontstaan van kale plekken in de vacht, geel-oranje schilfers bij het mannetje en het ontstaan van tumoren of verlammingsverschijnselen. Deze dieren vermageren sterk.
  - De tanden en kiezen groeien het hele leven lang door en er kan verkeerde slijtage ontstaan met doorgroeiende snijtanden en scherpe punten op de kiezen.
  - Als de nagels doorgroeien dienen deze geknipt te worden.
TOP

5. Diersoortgegevens en voortplanting

  - Leeftijd: 2,5 - 4 jaar
  - Geslachtsrijpheid: 6 weken
  - Draagtijd: 18 - 23 dagen
  - Speenleeftijd: 3 weken
  - Nestgrootte: 8-12
  - Oogjes open: na 14 dagen

Vanaf en leertijd van drie maanden kan het mannetje bij het vrouwtje worden toegelaten. Deze is iedere vier tot vijf dagen bereid om te paren, het hele jaar door. Een vrouwtjesrat verdedigt het nest vooral de eerste dagen na de geboorte tegen indringers. Daarna mogen andere ratten erbij komen. Het mannetje helpt bij de verzorging van de jongen. Wanneer men niet direct weer een nestje wil is het beter om het mannetje rond de geboorte weg te halen want binnen 24 uur is het vrouwtje anders weer gedekt. Hoewel de jongen al op drie weken gespeend kunnen worden, mogen ze gerust zes weken bij de moeder blijven. Daarna worden de mannetjes en de vrouwtjes gescheiden.
TOP

 ADOBE Reader Download
Sitemap Strict HTML Valid CSS Disclaimer

Copyright © 2005, Dierenkliniek Hulst | Design: Dirk Aerts | Laatst gewijzigd op: 18.04.2017