Dierenkliniek Hulst
24 september 2017

De muis



1. Inleiding

Muizen behoren tot de knaagdierachtigen. Deze kleine diertjes zijn gemakkelijk te houden en stellen weinig eisen. Het zijn vrij sociale dieren die graag in groepsverband leven. Er moeten dus altijd meerdere dieren tegelijk worden gehouden. Volwassen mannetjes kunnen vechten als ze niet bij elkaar zijn opgegroeid. Castratie kan hier een oplossing zijn. Muizen zijn actief, intelligent en kunnen gemakkelijk tam worden gemaakt. Daarom zijn ze erg geschikt als huisdier. Als ze dagelijks worden vastgehouden en geaaid blijven ze handtam.
TOP

2. Huisvesting

Ze worden gehuisvest in een kooi op een kunststof of roestvrijstalen bak en met voldoende kleine afstand tussen de tralies, bijvoorbeeld in een hamster- of vogelkooi. Hierin kunnen ze bovendien goed klauteren en is er voldoende ventilatie. Een oud aquarium kan ook gebruikt worden en heeft als voordeel dat er geen bodembedekking op de kamervloer terecht komt. Muizen graven namelijk graag en er is een dikke bodembedekking nodig van bij voorkeur hooi en papier. Zaagsel kan opgenomen worden met het veelvuldig schoonlikken van de poten en tot darmproblemen leiden. Verder is veel afleiding noodzakelijk in de vorm van kartonnen rolletjes, loopwieltjes, laddertjes, doosjes en takken.
De urine van muizen, vooral van de mannetjes ruikt sterk en kan intrekken in houten of kartonnen voorwerpen. Daarom kan beter van zoveel mogelijk kunststof en goed te reinigen, materialen gebruik gemaakt worden. Het is aan te raden om regelmatig het hoekje waar de muizen hun behoefte doen te verschonen en de hele kooi één keer per week. Als dit vaak gedaan wordt, zal het mannetje meer gaan urineren om het territorium op nieuw af te bakenen.
TOP

3. Voeding

Een muis kan prima gevoerd worden met muizen- of hamstervoer. Daarnaast kan groente, fruit, brood, zonnebloempitten, rozijnen, stukje kaas, gekookt ei, stukje vlees en noten worden gegeven. Water wordt verstrekt in een fles met drinknippel.
TOP

4. Ziekten en vaccinaties

  - Muizen kunnen onderkoeld raken wanneer er te weinig isolerende bodembedekking aanwezig is en/of te weinig voedsel. Ze worden dan sloom en voelen koud aan.
  - Gedragsafwijkingen, zoals kanibalisme, opeten van de jongen en haarbijten kunnen optreden bij een te weinig gevarieerde omgeving. Ze moeten kunnen knagen, graven, zich verstoppen en spelen.
  - Vaccinatie is bij de muis niet noodzakelijk.
TOP

5. Diersoortgegevens en voortplanting

  - Leeftijd: 2-4 jaar
  - Geslachtsrijpheid: 4 weken
  - Draagtijd: 19-24 dagen
  - Speenleeftijd: 3 weken
  - Nestgrootte: 8-12
  - Oogjes open: 12-14 dagen
Vanaf een leeftijd van twee maanden kan er met muizen gefokt worden. Zorg voor veel zacht nestmateriaal, zoals tissues en papier, evenals voldoende voedsel. Een drachtige muis heeft veel voedsel nodig. Het lichaamsgewicht kan wel toenemen van 25 tot 45 gram aan het eind van de dracht. Een muis die jongen melk geeft moet in 24 uur zelfs haar eigen gewicht aan voer en water opnemen. Het mannetje moet enkele dagen voor de geboorte worden gescheiden om te voorkomen dat deze de jongen opeet. Laat de jongen de eerste tien dagen met rust, daarna is het geen probleem om ze te pakken en te laten wennen aan de mens. Ze worden op vier tot vijf weken gespeend.
TOP

 ADOBE Reader Download
Sitemap Strict HTML Valid CSS Disclaimer

Copyright © 2005, Dierenkliniek Hulst | Design: Dirk Aerts | Laatst gewijzigd op: 18.04.2017